Bomen voor bijen: de geschikte soorten

Bijen zijn heel belangrijk in onze voedselketen en daarom is er tegenwoordig veel aandacht voor de ijverige volken. Het aanplanten van bomen die voedsel voor bijen leveren, de zogenaamde drachtbomen, is daarmee ook populair én noodzakelijk geworden. Een paar zeer goede soorten zijn, in volgorde van bloeitijd: de wilg, esdoorn, paardenkastanje, acacia en de linde. Deze bomen leveren veel stuifmeel en nectar die bijen voor hun bestaan nodig hebben. Daarnaast zijn er nog veel andere soorten en uiteraard mogen we ook de fruitbomen niet vergeten. In tuinen kunnen sierfruitbomen interessant zijn. Belangrijk om te weten is dat soorten met een dubbele of gevulde bloem, zoals veel Japanse sierkersen, geen dracht leveren, terwijl de soorten en cultivars met enkele bloemen dat wel doen. 

Grote bomen leveren meer op voor bijen

Voor een goede dracht van de boom is het belangrijk dat de groeiomstandigheden goed zijn en er voldoende water beschikbaar is in de weken vóór en tijdens de bloei. Dat houdt de nectarstroom goed op gang. Bomen die een zeker mate van volwassenheid en een forse kroon bezitten, bloeien het rijkst en leveren het meeste dracht. Belangrijk is ook dat er gedurende het vliegseizoen van de bij, van maart tot oktober, voldoende drachtbronnen voorhanden zijn. Veel drachtbomen bloeien in het voorjaar of de zomer, maar naarmate het jaar vordert wordt het bloeiend assortiment steeds beperkter. Er zijn een paar soorten die tot in september nog een bloemetje kunnen geven en dan massaal door bijen worden bezocht. De bekendste, met toepasselijke namen, zijn de Honingboom (Styphnolobium/Sophora) en de Bijenboom (Tetradium). 

Drachtbomen zijn onmisbaar

De mens maakt graag gebruik van bijen. We realiseren het ons soms niet, maar dankzij hun inspanning beschikken wij over veel verschillende voedingsproducten. Ongeveer 30% van onze dagelijkse voedselbehoefte is afhankelijk van bijen. Zonder bijen geen appels, peren of pruimen, geen walnoten of amandelen en geen courgettes en paprika’s. Ook ons dagelijks kopje koffie kunnen we vergeten. Honingbijen maken echter zeer moeilijke tijden door. Dat is te wijten aan de varroamijt, een millimeter grote parasiet die sinds begin tachtiger jaren massaal voorkomt in de volken en ze verzwakt. Daarnaast hebben bijen te maken met een teruglopend voedselaanbod door verstedelijking en een enorme verschraling van het buitengebied. Insecticiden en fungiciden doen hun werk en daarvan worden ook bijen het slachtoffer. Akkers en weilanden bieden weinig voedsel. Herbiciden hebben allerlei nuttige kruiden verdreven. Wat rest zijn grasvelden en bloemloze mais- en graanakkers.

Jan van Kempen

Verkoop & Advies Nederland

vankempen@vdberk.nl
+31 (0)413 480 486
+31 (0)6 2024 7390
LinkedIn

Neem contact op
Bomen Voor Bijen 1-1
Bomen Voor Bijen 2
Bomen Voor Bijen 3
Bomen Voor Bijen 4
Tilia Henryana

De juiste boom op de juiste plaats

Voor welke boomsoort wordt gekozen hangt volledig af van de standplaats. Er zijn drachtbomen zoals wilg en linde die zich goed laten opkronen en vrij gemakkelijk groeien in mindere omstandigheden. Deze zijn geschikt voor aanplant langs wegen. Soorten die deze eigenschappen niet hebben kunnen een plek vinden in brede wegbermen, groenstroken en parken. In dergelijke situaties komen ook de wat kleinere sierfruitbomen in beeld. Belangrijk om te weten is dat soorten met een dubbele of gevulde bloeiwijze, zoals vele Japanse sierkersen, geen dracht leveren, terwijl de soorten en variëteiten met enkele bloemen dat wel doen. Belangrijk is ook dat er gedurende het vliegseizoen van maart tot oktober voldoende drachtbronnen voorhanden zijn. Naarmate het jaar vordert wordt het bloeiend sortiment echter steeds beperkter. Er zijn een paar soorten die tot in september nog een bloemetje kunnen geven en dan massaal door bijen worden bezocht. De bekendste, met toepasselijke namen zijn de Honingboom (Sophora) en de Bijenboom (Tetradium).

Grote bomen maken het verschil

Ook in steden en dorpen is er vaak weinig ruimte voor aanzienlijke groene oppervlakten. Met bomen daarentegen kunnen die oppervlakten boven de straat, op hoog niveau, wel worden gecreëerd. Het bloeiend oppervlak van een boom is bovendien vele malen groter dan de kroonprojectie en levert zo verhoudingsgewijs meer bloemen dan een gewas op straatniveau. Hoe ouder de boom en hoe groter de kroon, hoe beter. Datzelfde geldt voor bomen in parken en langs wegen in het buitengebied. Natuurlijk zijn alleen boomsoorten die dracht produceren, het voedsel voor bijen in de vorm van stuifmeel en nectar, interessant voor bijen. Deze bomen worden drachtbomen genoemd. Een paar zeer goede soorten, in bloeivolgorde, zijn wilg, esdoorn, paardenkastanje, acacia en linde. Daarnaast zijn er nog talloze andere soorten die ook van betekenis zijn en uiteraard mogen we ook de fruitbomen niet vergeten. Wil een drachtboom ook goede dracht leveren, dan is het van belang dat de groeiomstandigheden goed zijn en er voldoende water beschikbaar is in de weken voor en tijdens de bloei. Dat is met name belangrijk voor de nectarstroom. Deze stagneert als er te beperkt vocht aanwezig is. Ook van jonge, net geplante bomen hoeven we nog niet veel te verwachten. Gelukkig is het niet de gewoonte bomen te planten voor een korte periode. Soms duurt het jaren voordat ze gaan bloeien. Bomen maken pas echt het verschil als ze naar volwassenheid kunnen groeien en over een forse kroon beschikken. Bij een goede dracht van bijvoorbeeld linden kan een bijenvolk met gemak in veertien dagen 20-30 kg honing binnenhalen. Dit lukt, in iets mindere mate, ook bij een mix van boomsoorten die wat vroeger in het seizoen bloeien.

Belangrijk verschil is dat de bijenvolken in het voorjaar kleiner zijn dan in de zomer en dus over minder ‘personeel’ beschikken die de dracht binnen moeten halen. Het bestuiven van bloemen is een bijkomend resultaat van het verzamelen van nectar en stuifmeel. Bijen gaat het uitsluitend om het voedsel maar voor bomen, die voor hun voortbestaan afhankelijk zijn van insecten, is een bezoek van een bij of hommel van essentieel belang. De boom lokt deze met de nectar diep in de bloemen. De bijen en hommels komen hierop af en ‘en passant’ veegt hun lichaam langs de stuifmeelkorfjes. De pollen blijven in de beharing hangen, komen zo bij de volgende bloem en de bestuiving is een feit. Bij bijen is de nectar brandstof voor tijdens de vlucht en het extra beetje wat wordt verzameld, wordt in het volk afgeleverd. Daarvan wordt honing gemaakt dat onder andere is bestemd voor wintervoorraad. Onderweg op haar vlucht veegt de bij het lijf ook nog schoon van stuifmeel in een speciaal korfje aan de achterpoten. Deze eiwitrijke pollen worden gebruikt als voer voor de larven. Bijen hebben belang bij grote hoeveelheden dracht. Ze zijn bloemvast. Eenmaal een gewas gevonden dat hun de lekkernijen biedt zullen ze dit met de bijendans melden in het volk waarna ze met zijn allen dit gewas blijven bezoeken tot het op is. Bij gunstige omstandigheden komt er een overdaad aan dezelfde soort nectar binnen en kunnen we, afhankelijk van de boomsoort, spreken van bijvoorbeeld wilgen- of lindehoning.

Een bijdrage van Frank Moens van de Nederlandse Bijenhouders Vereniging (NBV)