Groeiplaatsen: help bomen in de stad!

Een boom leeft het beste in de volle grond, in een omgeving waar de ecologische kringloop nog intact is. In stedelijk gebied worden bomen omgeven door wegen, trottoirs, parkeerplaatsen en andere bebouwing. Een moeilijke combinatie want civiele techniek en bomen hebben bijna altijd tegengestelde belangen. Zo heeft bijvoorbeeld een trottoir een grondverdichting van ongeveer 4 MPa. Bomen daarentegen kunnen niet goed wortelen in een bodem die meer dan 2.5 MPa is verdicht. Dat wetende is het niet verwonderlijk dat de conditie van veel bomen in trottoirs te wensen over laat.

Problemen onder de grond

Daarnaast is ondergrondse ruimte, of beter gezegd het gebrek daaraan, een veel voorkomend probleem. Wortels moeten concurreren met een uitdijend web van leidingen, riolering en kabels en krijgen vaak te weinig ruimte om zich op lange termijn goed te kunnen ontwikkelen. Ook het bodemleven is in stedelijk gebied niet altijd op orde, omdat afgevallen blad wordt opgeruimd. Hiermee verwijdert men eveneens de voedingsbron van het bodemleven en doorbreekt men de keten. In voormalige landbouwgronden is het bodemleven door intensief gebruik van kunstmest zelfs vaak totaal verdwenen. Tenslotte komt daar nog bij dat de structuur van de bodem tijdens aanleg- en bouwwerkzaamheden bijna altijd wordt aangetast en verdicht, met een problematische water- en zuurstofhuishouding tot gevolg.

Verbeteren van de groeiplaats

In stedelijk gebied zijn de omstandigheden voor bomen dus doorgaans niet gunstig. Bij het creëren van groeiplaatsen zullen er maatregelen moeten worden genomen om deze te verbeteren. Grondbewerkingen, het omzetten van grond ter verbetering van de structuur, is in bijna alle situaties noodzakelijk. Grondverbetering door middel van het toevoegen van organische stoffen is in vele gevallen wenselijk.

Thieu Pije

Verkoop & advies Nederland

Thieu@vdberk.nl
+31 (0)413 480 485
+31 (0)6 5317 8265
LinkedIn

Neem contact op
Groeiplaatsen Galerij 1 1
Groeiplaatsen Galerij 1 3
Groeiplaatsen Galerij 2

Groeiplaatssystemen

Afhankelijk van de situatie kan er daarnaast voor het aanbrengen van een groeiplaatssysteem worden gekozen. Hiermee ‘reserveert’ men feitelijk een deel van de ondergrondse ruimte voor wortelgroei en zorgt men dat de condities binnen deze ruimte voldoen aan de voorwaarden die de bomen stellen. Groeiplaatssystemen verlichten de druk op de bodem en gaan verdichting tegen. De meeste systemen hebben constructies van beton of kunststof en worden aangebracht onder de verharding. De keuze van het systeem hangt af van de bodemomstandigheden en de eisen die er aan het gebruik van de ruimte worden gesteld. Veel zal afhangen van de verwachte verkeersdruk en de afstand daarvan tot de bomen. Wanneer een groeiplaatssysteem, daar waar nodig, wordt gecombineerd met een substraat dat ook voor de boom acceptabel is, kan men komen tot een goede groeiplaats. Daarbij geldt dat hoe hoger de kwaliteit van de bodem is, hoe minder doorwortelbare ruimte de boom uiteindelijk nodig zal hebben. Gebrek aan ruimte kan dus gedeeltelijk worden opgevangen door het verhogen van de kwaliteit van de groeiplaats. Door bij aanvang in een goede groeiplaats te investeren zijn latere problemen zoals wortelopdruk of conditieverslechtering te voorkomen en krijgen ook bomen in stedelijke omgeving een toekomst.

Een goede groeiplaats voldoet aan de volgende randvoorwaarden:

Poriënvolume

De bodem heeft een poriënvolume van 50%. Dat wil zeggen dat de grond voor 50% bestaat uit vaste bestanddelen, uit mineralen en organische stof. De overige 50% kan dan voor 30% gevuld worden met water en 20% met lucht. Leeflagen onder verharding bevatten minder poriënvolume. Voor bomen is een poriënvolume van ten minste 30% noodzakelijk. Daaronder treedt wortelsterfte op.

Zuurstofpercentage

Het zuurstofpercentage in de bodem is 20-21%. 18% is net voldoende voor bomen om aan te slaan. Bij 10 tot 16% zal een boom het wel overleven maar zich niet positief ontwikkelen. Wanneer deze situatie lang duurt, zal de boom verder verslechteren. Onder de 10% sterft de boom langzaam af, onder de 5% is er sprake van acute wortelsterfte en zal de boom in een rap tempo afsterven. Besteed hier aandacht aan indien de groeiplaats zich onder de verharding bevindt. Het is noodzakelijk dat er gasuitwisseling mogelijk is tussen de bodem en de buitenlucht.

Organische stofgehalte

Het organische stofgehalte in de bodem bevindt zich tussen de 4 en 13%. Een boom heeft organische stof nodig om aan zijn voedingsstoffen te komen. Het bodemleven zet organische stof om in nutriënten die de boom kan opnemen. De organische stof moet van goede kwaliteit zijn. Wanneer deze niet voldoende uitgerijpt of te nat is, zal er een verrottingsproces plaatsvinden, wat alle zuurstof aan de bodem onttrekt met wortelsterfte als gevolg. Het optimale organische stofgehalte is voor iedere grondslag verschillend maar gemiddeld genomen is 7% ideaal.

Vochtgehalte

Het vochtgehalte van de bodem is tussen de 14 en de 30%, afhankelijk van de grondslag van de standplaats. Onder de 14% zal een boom gaan verwelken. Boven de 30% belemmert het water de aanwezigheid van zuurstof met wortelsterfte tot gevolg. Bomen ontwikkelen zich dan negatief en sterven langzaam af.

Bodemleven

De aanwezigheid van voldoende bodemleven in de grond. Het leven in de bodem (wormen, kevers, schimmels, bacteriën etc. ) zorgt ervoor dat organisch materiaal vanuit de strooisellaag in de bodem terecht komt en opneembaar wordt voor de wortels. Een gezond bodemleven draagt ook bij aan een goede bodemstructuur. Ze houdt deze open en kruimelig.