Het plantgat moet, afhankelijk van
de omstandigheden, ruim zijn in
verhouding tot de kluit.
De bodem van het gat goed los/rul
maken alvorens de boom te planten.
De grond in het plantgat stevig aandrukken.
De boom laten rusten op een
voor werp, zodat de takken niet
bescha digen. Jute aanbrengen rond
de stam ter bescherming van de bast,
daar omheen de strop aan brengen.
De boom dragen aan de kluit (of
stam).
De gaten voor de ondergrondse
verankering in de grond boren.
De boom met behulp van de strop
rechtopstaand in het plantgat zetten.
De strop alleen gebruiken wanneer
de sapstroom in rust is.
De palen stevig in de grond slaan.
De bovenkant van de kluit moet
gelijk zijn (of iets hoger) aan de
boven kant van het maaiveld. De kluit
mag NOOIT te diep staan.
LET OP:
het gaas en de jute van de draadkluit
mogen NIET verwijderd worden.
De palen stevig vastzetten met
spanbanden.
Deze ook goed in de
palen vastslaan.
Het plantgat voor 1/3 deel aanvullen
met grond.
De spanbanden goed aantrekken en,
indien nodig, de bevestigingspalen
op de gewenste hoogte afzagen.
Met bovengrondse verankering
Leg de verankeringslatten op de
grond, zodat precies gemeten kan
worden waar de gaten in de grond
geboord moeten worden.
Verbind boom en paal met
boomband aan elkaar en sla de
boompalen stevig aan in de grond.
Sla de boomband en lat met spijkers stevig vast.
Het eindresultaat.
Bewateringssysteem: Drainage
Breng de drainagebuis net onder het
maaiveld aan.
Het plantgat verder aanvullen en
egaliseren, laat het uiteinde van
de buis juist boven het maaiveld
uitsteken.
Bewateringssysteem: Gietrand
Breng een opstaande rand op het
maaiveld aan.
De rand moet iets groter zijn dan de
diameter van de kluit.