Bomenboek
English
Français
Deutsch
Русско
Español
Język polski
Plantinstructie
Met ondergrondse verankering

Het plantgat moet, afhankelijk van de omstandigheden, ruim zijn in verhouding tot de kluit.

De bodem van het gat goed los/rul maken alvorens de boom te planten.

De grond in het plantgat stevig aandrukken.
De boom laten rusten op een
voor werp, zodat de takken niet
bescha digen. Jute aanbrengen rond de stam ter bescherming van de bast, daar omheen de strop aan brengen. De boom dragen aan de kluit (of stam).
De gaten voor de ondergrondse
verankering in de grond boren.
De boom met behulp van de strop rechtopstaand in het plantgat zetten.
De strop alleen gebruiken wanneer de sapstroom in rust is.
De palen stevig in de grond slaan.
De bovenkant van de kluit moet
gelijk zijn (of iets hoger) aan de
boven kant van het maaiveld. De kluit mag NOOIT te diep staan.

LET OP: het gaas en de jute van de draadkluit mogen NIET verwijderd worden.


De palen stevig vastzetten met spanbanden.

Deze ook goed in de palen vastslaan.
Het plantgat voor 1/3 deel aanvullen met grond. De spanbanden goed aantrekken en,
indien nodig, de bevestigingspalen
op de gewenste hoogte afzagen.
Met bovengrondse verankering
Leg de verankeringslatten op de
grond, zodat precies gemeten kan worden waar de gaten in de grond geboord moeten worden.
Verbind boom en paal met
boomband aan elkaar en sla de
boompalen stevig aan in de grond.
Sla de boomband en lat met spijkers stevig vast.


Het eindresultaat.
Bewateringssysteem: Drainage
Breng de drainagebuis net onder het maaiveld aan. Het plantgat verder aanvullen en egaliseren, laat het uiteinde van de buis juist boven het maaiveld uitsteken.
Bewateringssysteem: Gietrand
Breng een opstaande rand op het
maaiveld aan.
De rand moet iets groter zijn dan de diameter van de kluit.
 




Belangrijk!
De kluit mag NOOIT te diep staan!