Acer
Acer campestre
'Red Shine'
| Hoogte: | 8 - 10 m |
| Kroon: | smal piramidaal |
| Schors en takken: | glad |
| Blad: | 3/5-lobbig, van rood naar groenrood, 6 - 10 (12) cm |
| Bloemen: | kleine, eindstandige tuilen, geelgroen, mei |
| Vruchten: | eenzadig, gevleugeld, steeds twee bijeen |
| Toepassing: | smalle straten en lanen, pleinen |
| Grondsoort: | alle, behalve droge arme zandgrond |
| Windbestendigheid: | zeer goed |
| Herkomst: | T. van den Oever, Haaren (NL), 1980 |
| Winterhardheidszone: | 5a |
| Synoniem: | - |
Kleine boom met een regelmatige, smal piramidale kroonvorm. Meest opvallend echter is de loofkleur. Met name de jonge bladeren zijn dieprood, later groenig rood. De onderzijde van de bladeren is donkergroen, donkerder dan bij de soort. Het is de combinatie van een goede habitus en een fraaie loofkleur waardoor 'Red Shine' goed kan worden gebruikt. De habitus rechtvaardigt gebruik in smalle straten en lanen, terwijl de loofkleur een opvallende “touch” aan een ontwerp kan geven, waardoor een straatbeeld nét afwijkt van het gebruikelijke. Het verdient aanbeveling om op eigen wortel gekweekte planten te gebruiken, teneinde (groenbladige) wildopslag te vermijden. De plant vormt een sterk vertakkende hoofdwortel met zeer veel haarwortels.
