Abies
Abies koreana
Koreaanse spar
Korea-Tanne - Korean fir - Sapin de Corée
| Hoogte: | 10 - 12 m |
| Kroon: | smal piramidaal |
| Schors en takken: | bast grijs met purperen gloed, glad, later iets afbladderend |
| Blad: | donkergroene naalden, 1 - 2 cm, onderzijde blauwachtig wit |
| Bloemen: | onopvallend |
| Vruchten: | opstaande kegels, cilindervormig, violetpurper tot staalblauw, najaar |
| Toepassing: | solitair in parken en kleine tuin |
| Grondsoort: | alle |
| Windbestendigheid: | goed |
| Herkomst: | Zuid-Korea |
| Winterhardheidszone: | 6a |
| Synoniem: | - |
Een conifeer met een smal piramidale vorm en een tragere groei dan de meeste andere Abies soorten. Als jonge boom nog iets onregelmatig van vorm maar later zeer gelijkmatig piramidaal uitgroeiend met een uiteindelijke breedte van 3 - 4 m. De takken staan dicht bijeen, hebben een geelachtig grijze kleur en zijn voorzien van veel hars bevattende kleine knoppen. De donkergroene naalden staan dicht, bijna borstelvormig bijeen. Omdat ze aan de onderzijde blauwachtig wit zijn is A. koreana jaarrond mooi. In tegenstelling tot andere Abies soorten verschijnen de opstaande cilindrische kegels van 4 - 7 cm lang en circa 2,5 cm dik al op jonge leeftijd. In eerste instantie zijn ze nog groen maar later kleuren ze violetpurper tot staalblauw. Van A. koreana zijn meerdere interessante cultivars op de markt.
